Wintervoedselveldjes

Bij ons in de buurt wordt aan akkervogelbeheer gedaan. Dit beheer bestaat uit het inzaaien van mengsels waarin akkervogels goed kunnen broeden, foerageren of schuilen.

Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen zomer- en wintervelden. De zomervelden zijn bij voorkeur groot en liggen in open en rustig gebied. Deze velden zijn ingezaaid met bloemen, kruiden, grassen en/of granen. Ze worden gebruikt door Fazant, Grasmus, Veldleeuwerik, Gele kwikstaart en andere soorten zowel in het voorjaar als in de zomer. Enkele soorten broeden er, maar nog meer soorten gebruiken de velden om te foerageren.

De wintervelden worden door overwinterende of doortrekkende vogels gebruikt. Hier staan vooral zomergranen en zaaddragende planten. Deze velden zijn kleiner dan zomervelden en worden ook vaak wintervoedselveldjes genoemd. Ze liggen vaak in de buurt van boerderijen, bomen of struikgewas. Vogels strijken neer vanuit de bomen of struiken, eten even en zoeken dan weer de veilige uitkijkpost op. Dit herhaalt zich tot ze genoeg hebben. Vaak gaat dit groepsgewijs.

Foto: Collectief Midden Groningen

Foto: Collectief Midden Groningen


Groenling, Geelgors, Vink, Kneu, Ringmus en Keep zijn soorten die je ’s winters regelmatig ziet bij dit soort veldjes.
Meer achtergrondinformatie over akkervogels en wintervoedselveldjes is in dit rapport te vinden.

Niet alleen vogels maken gebruik van de wintervoedselveldjes. Ik ben nieuwsgierig welke dieren er nog meer eten en/of schuilen op deze veldjes.
Daarom ga ik dit winterseizoen een aantal wintervoedselveldjes inventariseren. Elk weekend wil ik mijn wildcamera’s op een ander veldje zetten. Zo heb ik eind maart ongeveer 20 veldjes bekeken.
De waarnemingen kan ik doorgeven op waarneming.nl De wetenschap is altijd blij met gegevens. 

Maar dit project dient nog een ander doel: het feit dat ik elk weekend in het veld kom.
Het is heerlijk om op zaterdagmorgen in de auto aan de rand van een veld snel een laatste slok koffie naar binnen te gooien, de schipperstrui tot boven toe dicht te ritsen, en m’n snotterigheid weg te snuiten in die rode zakdoek. En dan gaan, kleikloeten onder de laarzen, wind om de kop en kou in m’n lijf.

Heerlijk, kom maar op met die winter!!


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

vijftien + twintig =