Nieuwe natuur en oude tijden

Ik ben op excursie geweest.
Dienst Landelijk Gebied organiseerde, in samenwerking met Staatsbosbeheer, een rondleiding in het natuurgebied Dannemeer tussen Overschild en Schildwolde. De inrichting van dit gebied is nagenoeg gerealiseerd. Het maakt deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en staat in verbinding met andere natte natuurgebieden boven de Stad Groningen. Het is een imposant project. Plannen maken, ruilverkaveling, het opkopen van grond, graven en inrichten en uiteindelijk hopen dat het gebied zich ontwikkelt op de manier zoals de planmakers dit verwachten.

In de diepe bodem bevindt zich keileem. Een zeer dichte compacte massa van keien, grind en fijn leem. Deze laag is afgezet tijdens de ijstijd en dit sediment is afkomstig uit Scandinavië. De enorme zwerfkeien die hier opgegraven zijn, komen later op een prominente locatie te liggen, zodat de historie zichtbaar blijft.

Na de laatste ijstijd kwam er een periode waarin veel zand via de wind verspreid werd. Dit is ander zand dan wat door rivieren of zeeoverstromingen afgezet wordt en wordt stuifzand genoemd. Je kunt het je nu niet voorstellen, maar daardoor werd het Dannemeergebied een droog en schraal zandgebied.
20140830_101105
En wel zo droog en voedselarm dat naaldbomen zich er thuis gingen voelen. De naaldbossen die je nu boven op de Hondsrug en op de Veluwe treft, hebben hier ook gestaan. Dat weten we doordat er tijdens het afgraven, veel stronken van de grove den zijn gevonden. Het veen heeft ze geconserveerd de afgelopen 3000 jaar. Eenmaal opgegraven, blijven ze daar in het natuurgebied liggen, ten dienste van de flora en fauna in het gebied.
20140830_094117

Een stijgende zeespiegel zorgde ervoor dat het water een grotere invloed kreeg. Op de stuifzandlaag ontstond veen. Onder invloed van grondwater ontstond laagveen. Toen het grondwaterpeil was bereikt, groeide het veen verder onder invloed van het zuurdere regenwater. Het hoogveen. In totaal groeide de veenlaag hier tot 4 meter dikte. Daardoor lag het gebied hoger dan de aangrenzende kleigebieden. Iets wat je nu moeilijk kunt voorstellen. Door erosie en turfwinning is die laag nu voor het grootste deel verdwenen. Als gevolg van verdere ontwatering erodeerde het gebied en daalde de bodem. Hierdoor was verdere ontwatering nodig en was de vicueuze cirkel rond. Voor boeren een steeds minder werkbaar gebied, terwijl het voor de natuur steeds geschikter lijkt te worden.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit gebied in de EHS ligt. Ten tijde van de vastlegging van dit netwerk, begin jaren ’90, waren de mogelijkheden hier voor natuurrealisatie al zichtbaar. Na de inrichting ligt hier een moerasgebied met veel water, afgewisseld met rietruigten en open vegetaties. Er liggen slenken en eilanden, die moeilijk bereikbaar zijn voor lopende predatoren. Grondbroeders zullen daarvan profiteren. Dwars door de natuur loopt straks een fietspad en een knuppelpad. Het fietspad ligt in een droog deel, op de overgang van landbouw naar natuur. Het knuppelpad is een pad op palen wat door de natte delen voert. Vroeger bestond een knuppelpad uit dwars op de grond gelegde berkestammetjes, waarover men veilig door natte gebieden kon lopen. Een toepasselijker naam voor het nieuwe looppad is niet denkbaar.
Ik ben zeer benieuwd naar de ontwikkeling van dit gebied. Wat groeit hier straks en welke dieren vinden hier een habitat?
De kwaliteit en de ligging ten opzichte van andere natte natuurgebieden beloven veel goeds.
20140830_094102

Tijdens en na de excursie bleef er wat bijzonders in mijn hoofd hangen.
Iets wat terloops verteld werd tijdens het prachtige verhaal van de excursieleider.
Iets wat me net zo veel boeide als de imposante grootte en verwachtte ruigte van het gebied.
Iets wat minstens zo tot de verbeelding sprak als de oorspronkelijke ligging van de slenken en de zichtbare bodemopbouw.

Ik kon mijn gedachten niet afhouden van de uitgegraven boomstronken.
Dit waren bomen die 3000 jaar geleden in dit gebied stonden.
Mijn voorouders van ongeveer 100 generaties terug, hebben bij dezelfde boom gestaan.
Ze hebben takken afgesneden om wapens van te maken en geschuild tegen de regen.
Nu stond ik erbij, ik voelde aan de wortels, ik kneep in de bast.
Dezelfde boom, toen en nu. Een bijzondere ervaring.
Dit gaat niet meer alleen over natuur, maar ook over cultuurhistorie.
Zoals vaak gebeurt, zijn deze twee aan elkaar zijn verbonden. Maar het gebeurt niet vaak dat het zo tastbaar is.
Ik vind het jammer dat alle stronken daar in het gebied blijven liggen. Natuurlijk is het functioneel en een logische oplossing.
Maar net als de zwerfkeien, verdienen ze een prominente plek. Bijvoorbeeld op de parkeerplaats voor bezoekers, of langs de route bij een rustpunt. En dan met een informatiepaneel erbij. Voelen, zien en ruiken doet zoveel extra.

De volgende dag heb ik mijn gezin meegenomen naar Dannemeer. Terwijl mijn kinderen vuurstenen zochten, in de grond wroetten en natte voeten kregen in de slenken, heb ik mooie stukjes hout uitgezocht. Hout met een mooie nerf en bedekt met resten veen. Die krijgen bij mij thuis een mooi plekje. Zodat ik af en toe even kan voelen en dromen over het ontstaan en bestaan van Dannemeer en haar bewoners.
20140831_153143


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

veertien + 8 =